Cor den Ridder

Het kabinet De Geer en de Duitse dreiging

De invloed van politiek-economische netwerken op het Nederlandse veiligheidsbeleid (augustus 1939 - september 1940)

Midden in een tijd van oplopende spanning en oorlogsdreiging trad op 10 augustus 1939 het tweede kabinet De Geer aan. Drie weken later brak de Tweede Wereldoorlog uit. Het voornaamste doel van het kabinet De Geer was het om Nederland als neutrale staat buiten die oorlog te houden. In de Eerste Wereldoorlog was dat het kabinet Cort van der Linden immers ook gelukt. Formeel volgde De Geer daartoe in zijn buitenlandse politiek en op defensiegebied een beleid dat 'gewapende neutraliteit' genoemd werd. Dat beleid mislukte. Op 10 mei 1940 viel Duitsland Nederland aan. Het hele land werd bezet. Het kabinet de Geer vluchtte naar Engeland.


In het licht van Bezetting, Holocaust en Koude Oorlog concludeerden veel naoorlogse historici dan ook, dat de militaire nederlaag in de meidagen van 1940 een logisch gevolg was van het wereldvreemde veiligheidsbeleid van De Geer en van jarenlang mismanagement van eerdere regeringen. Zij hadden de Duitse dreiging vanaf 1935 schromelijk onderschat. En alhoewel hedendaags historisch onderzoek milder van toon en minder moraliserend is tegenover het gevoerde regeringsbeleid dan dat uit de eerste decennia na de oorlog, blijft het kabinet De Geer tot op de dag van vandaag verguisd. Dat kwam deels doordat het historisch onderzoek grosso modo op twee vaste peilers stoelde. De eerste peiler was het gebruik van officiële overheidsdocumenten (institutionele bronnen). De tweede peiler was de gedachte, dat Nederland vanaf het uitbreken van de oorlog door Duitsland in zijn geheel aangevallen en bezet zou worden.

Het gebruik van institutionele bronnen in de historiografie zorgde in de loop der jaren voor een consistent 'politiek correct', maar ook voor een geconstrueerd beeld van het kabinet De Geer. Het oordeel over De Geer stond vast.

Ik wil met mijn onderzoek laten zien, dat in tijden van crisis en oorlog, waar zaken achter de schermen geregeld worden,  institutionele bronnen  in hun historische informatievoorziening beperkt zijn. Het gebruik van andersoortig bronnenmateriaal,  zoals egodocumenten, biografieën,  dagboeken  en bedrijfsarchieven, zal het 'geprogrammeerde' beeld over het kabinet De Geer in een ander perspectief kunnen zetten,  kunnen aanvullen of nuanceren en misschien zelfs  kunnen corrigeren.

Dat Nederland in zijn geheel bezet zou worden  stond juist bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in september 1939 nog allerminst met zekerheid vast. Van een bezetting van heel Nederland was immers pas sprake vanaf februari 1940.

Ik wil in mijn onderzoek laten zien hoe en met welke middelen het kabinet De Geer in die tijdsperiode met alle beschikbare middelen het Duitse regime ervan heeft trachten te overtuigen dat een onbezet, neutraal en onafhankelijk  Nederland van groter nut zou zijn voor de Duitse oorlogvoering, dan een bezet Nederland. Het kabinet De Geer dacht met  het in stand houden van de goede (economische) relatie met Duitsland  de sleutel in handen te  hebben om buiten de oorlog te blijven.

In mijn onderzoek wil ik met behulp van egodocumenten en bedrijfsarchieven het informele samenspel blootleggen  van personele netwerken tussen Nederlandse en Duitse politici, ambtenaren en zakenlieden. Dit subtiele netwerk van sleutelfiguren uit politiek en zakenwereld,  met hun onderlinge vervlechtingen en wederzijdse politiek-economische belangen, heeft mogelijk het veiligheidsbeleid van het kabinet De Geer tegenover Duitsland beïnvloed.  Het laat  bovendien zien dat het persoonlijke en het politieke in de besluitvorming van het kabinet niet los van elkaar gekoppeld kunnen worden.

Mijn hoofdvraag is: Welke invloed hadden individuele personen, onderlinge vervlechtingen van sleutelfiguren uit politiek, overheid en bedrijfsleven in Nederland en Duitsland op de politieke en militaire besluitvorming van het kabinet De Geer in de periode tussen augustus 1939 en september 1940?

Mijn promotor is Prof. dr. B. Schoenmaker, Hoofd afdeling Operationele Dienstverlening en Ondersteuning van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie bij het ministerie van Defensie en hoogleraar militaire geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Professor Ben Schoenmaker is gespecialiseerd in de negentiende- en twintigste-eeuwse militaire geschiedenis van Nederland. Hij heeft zich vooral verdiept in de relatie tussen maatschappij en krijgsmacht. Een van zijn andere onderzoeksterreinen is de Tweede Wereldoorlog, met name de strijd op Nederlands grondgebied 1944-1945.

Mijn naam is Cor den Ridder. Ik heb Geschiedenis gestudeerd aan de Leidse Universiteit. Bijna twintig jaar was ik leraar geschiedenis in het voortgezet onderwijs. Daarna werkte ik als onderwijscoördinator bij de Koninklijke Bibliotheek in het kader van Het Geheugen Van Nederland. Mijn hoofdtaak was het stimuleren van het (her)gebruik van gedigitaliseerde erfgoedcollecties van het Geheugen in het onderwijs.

Cor den Ridder MA
Contact: c.j.a.i.den.ridder@umail.leidenuniv.nl

Die Regierung de Geer und die deutsche Drohung

Das Thema meiner Dissertation lautet: Die Regierung de Geer und die deutsche Drohung.Der Einfluss politisch-ökonomischer Netzwerke in der niederländischen Sicherheitspolitik. (August 1939 - September 1940)
Kurz vor Ausbruch des zweiten Weltkrieges, in einer Zeit zunehmender Spannung und Kriegsgefahr, wurde am 10. August 1939 in den Niederlanden die Regierung de Geer vereidigt. Ihre Hauptaufgabe war es, die Niederlande als neutraler Staat aus dem Weltkrieg herauszuhalten.

Zu diesem Zweck verfolgte de Geer mit seiner Außenpolitik formell eine Sicherheitspolitik, die als „bewaffnete Neutralität“ bezeichnet wurde. Diese Politik schlug am 10. Mai 1940 fehl, da Deutschland an diesem Tag in die Niederlande einfiel und das Land besetzte.

Vor dem Hintergrund der raschen Niederlage und der deutschen Besatzung, des Holocausts und des Kalten Krieges zogen viele Nachkriegshistoriker den Schluss, die militärische Niederlage der Niederlande sei eine logische Folge der falschen Politik de Geers und seiner Vorgänger gewesen. Sie hätten die deutsche Drohung ab 1935 unterschätzt. Und obwohl zeitgenössische Historiker milder urteilen als ihre älteren Kollegen, wird die Sicherheitspolitik de Geers bis heute kritisiert.

Viele kritische Untersuchungen der Sicherheitspolitik de Geers gingen davon aus, dass ein deutscher Angriff auf die Niederlanden automatisch die Besatzung des gesamten Landes zur Folge haben musste, was jedoch bei Ausbruch des Krieges im September 1939 noch keineswegs sicher war. Für die deutsche Heeresleitung stand dies erst ab Februar 1940 fest.

Meine Untersuchung soll auf Grund von Selbstzeugnissen (Ego-Dokumenten) zeigen, wie die Regierung de Geer seit Kriegsausbruch im September 1939 mit allen Mitteln versuchte, die deutsche Regierung davon zu überzeugen, dass ein unbesetztes, neutrales und unabhängiges Holland für die deutsche Kriegsführung nützlicher sein würde als ein besetztes.

Institutionelle Quellen enthalten ein offizielles und formales Bild der niederländischen Regierungspolitik unter de Geer. Besonders in Krisen- und Kriegszeiten, in denen versucht wird, sich hinter den Kulissen zu arrangieren, sind institutionelle Quellen in ihren historischen Aussagen beschränkt. Nicht-institutionelle Quellen wie Ego-Dokumente, Biographien, Tagebücher oder Firmenarchive können somit das Bild der Regierungspolitik de Geers in eine andere Perspektive setzen, ergänzen, nuancieren oder vielleicht sogar korrigieren.

Ich frage mich dabei: Welchen Einfluss hatten Einzelpersonen, Vernetzungen in Politik, Regierung und Industrie sowohl in den Niederlanden als auch in Deutschland auf die politischen und militärischen Entscheidungen der Regierung de Geer im Zeitraum von August 1939 bis September 1940?

Mein Doktorvater ist Prof. Dr. B. Schoenmaker, Leiter der Abteilung Operationele Dienstverlening en Ondersteuning des Niederländischen Instituts für Militärgeschichte im Verteidigungsministerium in Den Haag und Professor für Militärgeschichte an der Universität Leiden.

Herr Professor Ben Schoenmaker ist auf die Militärgeschichte der Niederlande im neunzehnten und zwanzigsten Jahrhundert spezialisiert. Er untersucht die Beziehungen zwischen Gesellschaft und Streitkräften. Zu seinen Forschungsschwerpunkten gehört der Zweite Weltkrieg, insbesondere der Kampf um das niederländische Hoheitsgebiet in den Jahren 1944 und 1945.

Mein Name ist Cor den Ridder. Ich studierte Geschichte an der Universität Leiden. Fast zwanzig Jahre lang war ich Geschichtslehrer in der Sekundarstufe. Danach war ich als Bildungskoordinator an der Königlichen Bibliothek im Haag im Rahmen des Geheugen van Nederland (Memory of the Netherlands) tätig. Meine Hauptaufgabe bestand in der Förderung der (Wieder-)Verwendung von digitalisierten Sammlungen aus niederländischen Museen im Bildungssektor.

Cor den Ridder MA
Kontakt: c.j.a.i.den.ridder@umail.leidenuniv.nl

 
Laatst Gewijzigd: 12-04-2013