Richard 't Hart
De verhouding tussen gebeurtenissen en structurele factoren in de internationale politiek
Met de val van de Berlijnse Muur en de déconfiture van de Sovjetunie viel eigenlijk ook het doek voor de wetenschappelijke theorieën en benaderingen die de ontwikkelingen in de internationale politiek wilden voorspellen door middel van het zoeken naar wetmatigheden. Geen van deze theorieën had ook maar in de verste verte voorzien dat dit kon gebeuren, laat staan de wijze waarop. De gebeurtenissen en de gevolgen van 11 september 2001 hebben dit beeld alleen maar bevestigd.
Mijn fascinatie met (internationale) geschiedenis heeft geleid tot een dissertatieproject waarvan de voorbereidende fase reeds geruime tijd in de vrije uren heeft plaatsgevonden. Met deze dissertatie streef ik naar een herwaardering van het belang van de rol van gebeurtenissen (en personen) in de internationale politiek. Dit alles zonder de rol van structurele factoren te veronachtzamen. Uitgangspunt van dit onderzoek is de veronderstelling dat de ontwikkelingen in de internationale politiek zich niet noodzakelijkerwijs zo hebben moeten voordoen als ze zich uiteindelijk hebben voorgedaan.
Met andere woorden: de (internationale) geschiedenis had ook anders kunnen verlopen. Ik wil een bijdrage leveren aan de verdere ontwikkeling van een analyse-instrumentarium dat gebaseerd is op het beginsel van de zogeheten contrafacticiteit. Dit niet met de bedoeling om bijvoorbeeld te gaan speculeren over hoe 2009 eruit zou hebben gezien zonder de Eerste Wereldoorlog. Deze analyse-instrumenten zullen worden ingezet ter verheldering van de feitelijke ontwikkelingen in de internationale politiek. Het uitgangspunt is steeds om te pogen met behulp van bepaalde vormen van counterfactual analysis een beter zicht te krijgen op het causale gewicht van een aantal geselecteerde gebeurtenissen in de geschiedenis van de internationale politiek. Hierbij is het van belang om er voortdurend van bewust te zijn dat historische processen zich in verschillende richtingen hadden kunnen ontwikkelen. Anders vervalt men in ‘de cognitieve dwingelandij van wijsheid achteraf’.
Een duaal promotietraject is in mijn geval een ideale voortzetting van dit dissertatieproject dat onder supervisie staat van mijn promotor prof.dr. Wim van den Doel, hoogleraar Algemene Geschiedenis en Decaan van de Faculteit der Geesteswetenschappen. Het contrast tussen de stimulerende setting van het Centrum Regionale Kennisontwikkeling en het in de vrije tijd combineren van een dergelijk project met een drukke full-time baan is bijzonder groot. Ik verheug mij dan ook zeer op deze unieke kans die mij in staat stelt om daadwerkelijk gefocust te zijn op mijn dissertatie.
Publicaties
'Nabeschouwing. Omstreden maar onvermijdelijk: over het nut van counterfactuals' in: Tom van der Meer (red.), Wat als Pim Fortuyn niet was vermoord, Amsterdam: Meulenhoff, 2011, p. 221-231.
Bespreking van Richard Ned Lebow, Why Nations Fight: past and future motives for war, Cambridge University Press 2010, in: International Affairs, Vol. 87 No.3 May 2011, p. 722-723.