Van intake tot succes

Het duale dissertatie-programma richt zich op de bijzondere omstandigheden en wensen van promovendi die in combinatie met de beroepspraktijk aan een proefschrift of dissertatie willen werken. Bij andere vensters op deze site zijn die beschreven. Omdat de groep van duale promovendi, hun omstandigheden en hun thema’s een grote diversiteit laten zien, en de Universiteit Leiden een kleinschalige en persoongerichte aanpak voorstaat, is het programma vooral op ‘maatwerk’ gericht. Het wordt afhankelijk van de wensen van promovendi en promotores ontworpen en ingevuld. Dat gebeurt binnen enkele hoofdlijnen die hier kort worden genoemd.

Een basale succesfactor voor promoveren is dat de wensen en verwachtingen van de kandidaat-promovendus met diens mogelijkheden overeenkomen. Anders gezegd: kan de universiteit de kandidaat bieden wat zij of hij wil en verwacht, en beschikt de kandidaat over de competenties en mogelijkheden om een onderzoek in samenhang met de beroepspraktijk op te zetten, uit te voeren en uiteindelijk een proefschrift te schrijven. De kandidaat moet een realistisch beeld ontwikkelen van het proces van promoveren: een zwaar en langdurig traject, zeker voor kandidaten die nog geen ervaring hebben met wetenschappelijk onderzoek. Deze ervaring is in de beroepspraktijk niet of in beperkte mate aanwezig. Ook de balans werk-promoveren-privé is een belangrijke factor.

De intake

Directeur CRK, Dr. Adriaan in 't Groen MPA

Directeur CRK, Dr. Adriaan in 't Groen MPA

Het eerste gesprek met de kandidaat wordt door de directeur CRK gevoerd over haar of zijn eerste, beknopte en veelal nog onvoldragen notitie over haar of zijn dissertatiethema en -plan. Nagegaan wordt of de plannen van de kandidaat kansrijk uitgewerkt kunnen worden. Onderzocht wordt of deze enerzijds aansluiten bij haar of zijn opleiding en beroepservaring en anderzijds verbonden kunnen worden met de expertise van één van de wetenschapsdisciplines van de graduate schools van de Universiteit Leiden en de specialisaties van één van de Leidse hoogleraren. Een gedetailleerd curriculum vitae met voorbeelden van schriftelijke werkstukken van de kandidaat zijn de ingrediënten voor dit eerste toetsmoment.


Opleiding en competenties

Een belangrijk aspect van de intake is de mogelijkheden die de kandidaat-promovendus heeft of kan krijgen om aan haar of zijn proefschrift te kunnen werken. Tijdens de voorbereidende fase moet dat tenminste een werkdag zijn. Tijdens dissertatiefase moeten dat ten minste 2 werkdagen zijn. Bij dit doctoraatprogramma is het doel om in zo kort mogelijke tijd met een zo groot mogelijke slagingskans te werken aan een proefschrift. In deze intensieve periode moet het proefschrift het hoofdonderwerp zijn waarmee de promovendus bezig is. Anders lukt het niet. Tijdens de intake wordt besproken hoe hier stap voor stap naar toe gewerkt kan worden.

Afhankelijk van de opleiding en de competenties van de kandidaat wordt een opleidings- en ontwikkeladvies gegeven. Als het onderzoeksthema in dit stadium al voldoende houvast geeft gebeurt dat in samenspraak met een beoogd promotor. Bezien wordt of onderdelen van de Leidse opleidingen voor research-master en PhD aangeboden kunnen worden, of dat op een andere manier het ‘kennistekort’ kan worden opgeheven. Deze aanpak kan gericht zijn op een enkele kandidaat of op een groep kandidaten met vergelijkbare kennisbehoeften.

Promotor en promovendus

Cruciaal is de keuze van de goede promotor. Het Centrum Regionale Kennisontwikkeling begeleidt de kandidaat-promovendus daarbij. Dat gebeurt op basis van de totstandkoming van de eerste, dan nog globale opzet van het dissertatieplan. Het Centrum stelt daarvoor aan elke duale promovendus een persoonlijke coach beschikbaar. Deze begeleidt de kandidaat bij de ontwikkeling van het voorlopige dissertatieplan en biedt zonodig aanvullende opleiding aan.

Als het onderzoeksthema een eerste uitwerking heeft gekregen wordt contact gezocht met een beoogd promotor. Samen met haar of hem wordt het globale dissertatieplan uitgewerkt tot een definitieve opzet. In deze fase wordt met de promotor wederom bezien of de kandidaat zich verder moet ontwikkelen voor de volgende fase. Als het dissertatieplan door de beoogd promotor wordt aanvaard zorgt de promotor ervoor dat het onderzoek van de duale promovendus in haar of zijn graduate school wordt verankerd. In samenhang hiermee worden afspraken gemaakt over de thuisbasis voor de promovendus: de graduate school van de promotor of het Centrum Regionale Kennisontwikkeling. Uitgangspunt daarbij is dat de promovendus zijn doctorstitel behaalt bij een graduate school van de Leidse Universiteit.

De leiding van de begeleiding van de promovendus ligt altijd bij de promotor. Er kunnen co-promotores optreden. Dat kunnen bijvoorbeeld gepromoveerde lectoren van hogescholen zijn waar duale promovendi werken. De coach van de duale promovendus let op de speciale condities voor duale promovendi, op de interactie met de beroepspraktijk en op de voortgang van het promotieproces.

Wetenschappelijke omgeving

Een belangrijke taak van het Centrum Regionale Kennisontwikkeling bij Campus Den Haag is de duale promovendi een thuisbasis te geven. Daarom heeft iedere duale promovendus een eigen werkplek waar zij of hij in alle rust aan zijn onderzoek kan werken. Het Centrum heeft een wetenschappelijke omgeving gecreëerd met o.a. een huisbibliotheek en toegang tot de digitale catalogus van de universiteitsbibliotheek in Leiden.

Bij het Centrum werken de meeste promovendi gedurende enkele dagen per week aan hun onderzoek en proefschrift. Het is een kleinschalige, gemoedelijke en rustgevende ambiance. Van ’s ochtends zeven tot ’s avonds tien kan er gedurende 7 dagen per week gebruik van worden gemaakt. Daarnaast participeren sommige promovendi in de onderzoeksgroep van hun promotor in Leiden.

Eén keer per week is er een promovendilunch bij het Centrum van Campus Den Haag. Dan presenteert een promovendus de vorderingen van haar of zijn onderzoek aan de gehele groep promovendi, de staf van het centrum en de decaan van Faculteit Campus Den Haag. Soms worden daar promotores en andere wetenschappers bij uitgenodigd.

Promovendilunch 2010

Promovendilunch 2010

Zo komt intervisie tot stand. Op deze manier ontstaat een wetenschappelijke omgeving voor de duale promovendus. De duale promovendi vinden deze ambiance belangrijk. Deze thuisbasis geeft hen de mogelijkheid in een vertrouwde omgeving over hun onderzoek met collega-promovendi en wetenschappers van gedachten te wisselen. Daarbij wordt ook aandacht geschonken aan de interactie met hun werk en de gevolgen van de grote tijdsbesteding aan hun onderzoek voor hun privéomstandigheden.

Uit de evaluatie van het verloop van dissertatietrajecten blijkt dat een goede wetenschappelijke omgeving en het participeren in een wetenschappelijke gemeenschap de kans op succes van de promovendus vergroten. Vooral voor promovendi die van buiten de universiteit komen, de zogenaamde buitenpromovendi, blijkt dat gebrek aan zo’n wetenschappelijke ambiance een belangrijke oorzaak van het mislukken van hun proefschrift is. Het alleen thuis op een zolderkamertje werken aan een dissertatie is een idee-fixe. Daarom creëert het Centrum een stimulerende wetenschappelijke omgeving.

Dissertatietraject in vogelvlucht

Lees meer informatie over het dissertatietraject in het stappen-overzicht.

 
Laatst Gewijzigd: 14-04-2011